Bekijk ook: DFIP.nl Camera2go.nl
Uw account: Inloggen Registreren

De belichtingsdriehoek

De belichting is een van de meest belangrijke factoren die een foto doen slagen of helemaal doen mislukken. We hebben allemaal wel eens een foto gemaakt waarop iemand staat met een wit spookgezicht of die niet meer terug te vinden is in de schaduw. Een foto goed belichten is gelukkig te leren. We geven enkele tips over het maken van foto's en het rekening houden met de belichtingsdriehoek.

In het boek van Bryan Peterson ‘Understanding Exposure’ spreekt hij over de belichtingsdriehoek. Dit is een handig concept om te begrijpen welke factoren van invloed zijn op de belichting van een foto. In de driehoek staan 3 factoren: ISO, sluitertijd en diafragma. De drie elementen werken samen en zijn van invloed op elkaar.

ISO: de ISO-waarde bepaalt de lichtgevoeligheid. Hoe hoger de waarde hoe gevoeliger de camera reageert op licht.
Sluitertijd: bij een hoge sluitertijd blijft de sluiter van de camera lang open, bij een kleine sluitertijd juist kort. Hoe langer de sluiter open blijft, hoe meer licht binnen kan komen.
Diafragma: het diafragma is de lensopening. Hoe groter het diafragma, hoe meer licht door de opening komt. Het diafragma is te vergelijken met een raam waardoor licht naar binnen komt. Hoe verder de gordijnen open zijn, hoe meer licht in de kamer komt.

Een vierde element dat eventueel een rol kan spelen is de flits, het vijfde element is de belichtingscompensatie.

exposure-3.jpgHoe krijg je een mooie belichting?
Het juist belichten van een foto is een kunst. Probeer verschillende instellingen uit en probeer te ontdekken wat het effect is. Houd er rekening mee dat een hoge ISO-waarde voor ruis zorgt. Probeer de ISO-waarde als het kan onder de 400 te houden.

Het diafragma en de sluitertijd zijn niet alleen van invloed op de belichting. Je moet er ook rekening mee houden dat het diafragma de ‘depth of field’ (de verdeling van scherpte in de foto) verandert. De sluitertijd heeft invloed op het vastleggen van beweging. Bij een korte sluitertijd worden bewegende onderwerpen scherp vastgelegd, maar bij een lange sluitertijd krijg je een lange lichtsliert te zien. Soms kan dat de bedoeling zijn, maar vaak ook niet.

Op veel camera’s is een histogram te vinden, die je goed kan helpen om de juiste belichting in te stellen. De belichting is goed wanneer de piek in het midden staat. Staat de piek links, dan is de foto onderbelicht. Een piek aan de rechterkant vertelt je dat een foto overbelicht is.

Pas op met het gebruik van de flits. Een flits doet onderwerpen al snel bleek uitslaan of spiegelen. Je kunt de flitsintensiteit naar beneden aanpassen als je toch een flits wilt gebruiken, maar vaak zal je met een hogere ISO-waarde en een iets langere sluitertijd al snel een mooier resultaat verkrijgen. Gebruik altijd een statief bij een hoge sluitertijd om onscherpte tegen te gaan.

exposure-2.jpgVerschil met het oog: belichtingscompensatie
Je camera heeft een veel kleinere lichtbereik dan je oog. Je oog kan bijvoorbeeld sterke contrasten goed waarnemen, maar de camera zal sommige gebieden van de foto wit of zwart doen uitslaan, omdat het lichtbereik te groot is. Hetzelfde geldt voor lichte en donkere tinten in een foto: een persoon tegen een fel witte achtergrond zal in de automatische stand onderbelicht worden, een persoon tegen een gitzwarte ondergrond wordt overbelicht. Om dit te voorkomen, kan je het volgende ezelsbruggetje gebruiken:
• Fotografeer je een heel donker onderwerp: stel de belichtingscompensatie in op -1.
• Fotografeer je een licht onderwerp: stel de belichtingscompensatie in op +1.

Gerelateerde beste digitale camera's

De belichtingsdriehoek
Wat is EXIF
Wat is diafragma?

Doe ook mee aan de fotowedstrijd! Klik hier